'Bedrijven zien BHV als noodzakelijk kwaad'
18 januari 2006
Na de brand op het cellencomplex bij Schiphol, uitte de commissie Hendrikx de nodige kritiek op de bedrijfshulpverlening (BHV). Zo Zouden de BHV-ers de brandweer te laat hebben gealarmeerd. Ze probeerden de brand eerst zelf te blussen. Hoe staat het met de kwaliteit van de BHV in Nederland? Zijn de bedrijfshulpverleners klaar voor een calamiteit?
Met de behandelde stof tijdens de BHV-cursus is niets mis. Daar zijn de woordvoerders van de diverse BHV-opleidingen het roerend over eens. De basiscursus beslaat twee dagen. De ene dag leren de BHV-ers in spe alles over EHBO, de tweede dag is brandbestrijding aan de beurt. Na afloop kunnen de hulpverleners onder andere een ontruiming begeleiden, een beginnende brand bestrijden en eerste hulp verlenen bij ademhalingsstoornissen, bloedsomloopstoornissen en uitwendige bloedingen. Je kan nog zoveel oefenen tijdens de basiscursus, bij een echte noodsituatie is het altijd anders. De medewerkers van een bedrijf zijn in paniek, de BHV-ers worden met onverwachte problemen geconfronteerd en zijn gespannen.
Toch benadrukken de oefeningen volgens Gerrit Sterrenburg van Sterrenburg BHV in Alblasserdam de realiteit zeer goed. 'BIj de oefeningen gebruiken we rookaggregaten, knetterkasten en flitslichten. Het ziet er allemaal heel echt uit.' Met de inhoud van de basiscursus is volgens de docent niets mis. Bij het vervolgtraject ligt de verantwoordelijkheid echter deels bij de bedrijven. Wettelijk moet er per vijftig werknemers één BHV-er in het pand aanwezig zijn. Het is de bedoeling dat deze snel bij een ongeval aanwezig is. Doordat de hulpverlener ook verlofdagen heeft en sommige bedrijfspanden een grote oppervlakte hebben, moet een bedrijf eigenlijk meer hulpverleners hebben dan volgens de quotumnorm noodzakelijk is. Hier gaat het volgens Sterrenburg regelmatig mis. 'Met name kleine bedrijven zien de BHV als een noodzakelijk kwaad. Het betekent dat ze geld voor een cursus krijt zijn en dat er manuren verloren gaan. En hoe groot is nu de kans op een brand in een kantoorpand? zulke bedrijven hebben vaak maar één BHV-er. Als die op verlof is, is er geen vervanger.'
De arbeidsinspectie dient dit via de werkroosters en steekproeven te controleren. 'Maar die hebben daar geen capaciteit voor. Pas als het mis gaat, staat de inspectie op de stoep. Vaak is zo'n bedrijf dan zo geschrokken dat alle werknemers op cursus gaan. Men dempt de put als het kalf verdronken is.' Een goede BHV-er kijkt op het bedrijf continu om zich heen. 'Is de nooduitgang niet geblokkeerd, is de EHBO-doos nog goed gevluld.' Iedere twee jaar moet de hulpverlener acht uur herhaling volgen. Sterrenburg adviseert echter om vaker te oefenen. 'Ontruim het pand eens. Dat hoeft echt niet veel geld of tijd te kosten, maar het is wel nuttig.'
Fouten
Hebben de bedrijfshulpverleners van het cellencomplex op Schiphol grote fouten gemaakt? André Pols van de Stichting Bedrijfshulpverlening Nederland (SBN) in Breda wil daar niet over oordelen. 'Laten we de onderzoeken afwachten.' Wel verwachten werknemers soms te veel van hun collega's, de de BHV-opleiding hebben gevolgd. 'BHV-ers zijn geen brandweermannen en het zijn ook geen volwaardige verplegers. Een BHV-er is een voorpost. Bij een ongeluk kan hij de bloeding stelpen totdat de ambulance ter plaatse is.' Ook Pols vindt dat de bedrijfshulpverleners vaker op herhalingscursus moeten gaan. 'Hoe vaak, dat is afhankelijk van de werkzaamheden.' SBN geeft zowel cursussen op locatie als cursussen in het pand van het opleidingsinstituut. 'Een cursus op locatie is natuurlijk het beste. Dan kun je oefenen met de daadwerkelijke vluchtroutes en eventuele obstakels. Dank dan aan een kapstok die voor de nooduitgang staat. Maar ik begrijp best dat zo'n oefening op locatie bij een bedrijf met twee BHV-ers niet haalbaar is.' Naast de basiscursus bieden de meeste opleidingsinstituten de mogelijkheid op maat te volgen. Sommige sectoren zijn zelfs verplicht zo'n bedrijfsspecifieke cursus te volgen. Dat is afhankelijk van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. 'Denk bijvoorbeeld aan chemische bedrijven als Shell. Bij hen is het risico op een ongeluk groter, dus moeten ze vaker specifieker trainen op ontruimingen na ontploffingen.'
Serieus
Ook Pols erkent het probleem dat bedrijven hun BHV niet serieus genoeg aanpakken. 'Ze zien het als noodzakelijk kwaad en voldoen niet aan de wettelijke eisen. Kijk, een steenfabriek heeft als core business natuurlijk de productie van stenen. Dan zien ze de noodzaak van zo'n cursus niet in. Pas als ze zelf een keer een ongeval meemaken, dan valt het kwartje en komen ze langs voor een extra cursus.' Volgens Ron Rosier van Rosier bedrijfshulpverlening in Oosterhout is het niet in alle gevallen een probleem als bedrijven en instellingen voor het minimum gaan. 'Voor sommige sectoren is het wettelijke minimum ook voldoende. De kans dat overdag op een basisschool een grote brand uitbreekt is miniem. Een cursus waarbij je leert de wonden te verplegen van kinderen is dan voldoende. Maar voor sommige sectoren kan het minimum net iets te weinig zijn.' Rosier pleit ervoor het belang van BHV beter te benadrukken. 'Het voorkomt arbeidsongeschiktheid op de werkvloer. Daarnaast vergroot het de continuïteit van het bedrijf. Bij een grote brand gaan bedrijven meestal failliet. Ook voorkom je als bedrijf met een goede hulpverlening claims van werknemers en boetes van de inspectie. Vergeet niet, zo'n cursus kost maar een paar honderd euro en een dag per jaar. Maar de boetes, en het gegeven dat er misschien werknemers zijn overleden, wegen veel zwaarder.'
18 januari 2006, Weekblad Facilitair & Gebouwbeheer
